Waarde creatie

Waarde creatie

Gepost in Business | Reageren uitgeschakeld

The future is near

Gepost in Business | Reageren uitgeschakeld

#MLIDD Online interactievormen #7-1

Graag kom ik middels deze bijdrage aan mijn weblog nog even terug op mlidd-online-interactievormen. In deze blog is met name de didactiek uitgewerkt. Graag neem ik u mee in een ICT instrument dat ik met enige regelmaat inzet.

In de vorige blog ben ik al ingegaan op instructie geven, ervaren van leren en beoordelen. Hoe gebruik ik Facebook bij deze drie elementen. Hierbij moet opgemerkt worden dat ik veelal voor een groep studenten een aparte Facebookgroep aanmaak.

Instructie geven:
In de Facebookgroep plaats ik een opdracht. Dit is veelal een leesopdracht aangevuld met een inspiratievideo die ik van Vimeo, Youtube of Ted haal. Bij de opdracht wordt ook een deadline gesteld. De docent kan, tijdens de periode dat de opdracht gemaakt moet worden, een controlevraag online stellen of de studenten de opdracht begrijpen. Mochten er vragen zijn, dan kunnen de student op een centrale plaats vragen stellen en reageren op de vragen van (mede) studenten. Ook kan de student de opdracht nalezen. Dit 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Voor de docent zit het voordeel er in dat, als studenten reageren op elkaars vragen, dat deze de regie kan houden. Het beantwoorden van elkaars vragen is meteen het bruggetje naar het ervaren van leren.

Ervaren van leren:
De student kan op een eigen kozen moment, de opdracht bestuderen en uitvoeren. Studenten die beweren een ochtendmens te zijn, doen dit ‘s morgens, avondmensen doen dit dan ‘s avonds. Het internet zit vol met informatie, de student kan deze informatie erbij pakken waardoor er meerder uitwerkingen mogelijk zullen zijn.

beoordelen:
Elke student zal individueel een uitwerking inleveren. Dat kan per sessie verschillen. Op dit moment kies ik er persoonlijk nog niet voor om dit ook in de groep te doen. Redenen hiervoor zijn dat studenten met een achterstand mogelijk weer inspiratie kunnen putten uit de ingeleverde items van een medestudent. Dit wordt ook wel het ‘meelifteffect’ genoemd. Aan de andere kant, alles is digitaal en studenten zullen zonder interventie van de facebookgroep ook informatie met elkaar gaan delen. Dit gebeurt echter op individueel niveau. Frequente ‘meelifters’ zullen dan ook individueel worden aangepakt.

De eindbeoordeling zal veel inspanning van de docent kosten. Wat mogelijk is, en dat ben ik deels aan het onderzoeken, of er op de manier zoals bovenstaande is beschreven, een peer-beoordeling mogelijk is. In PROOF, staan handvaten voor de docent om met peer-beoordelingen, of te wel peerassessements om te gaan. Een peer-beoordeling is geen doel opzicht, maar moet eeen bijdrage leveren aan de leerervaring. Hiermee zijn we weer aangekomen bij het ervaren van leren.

Resumerend:
Persoonlijk werk ik graag met Facebook voor onderwijsopdrachten. Dit om de volgende redenen:
- Facebook is een social media tool dat door 9 op de 10 jongeren gebruikt wordt, aldus Newcom (2012)
- Met Facebook kun men koppelingen maken naar andere (social media) tools;
- Facbook is zonder verdere instructies makkelijk te gebruiken door studenten;
- Facebookgroepen zijn af te schermen voor derden waardoor de studenten ‘veilig’ kunnen werken;
- Opdrachten zijn 247 (24 uur per dag, 7 dagen in de week) te raadplegen;
- De student kan centraal vragen stellen;
- Studenten kunnen reageren op elkaars inbreng;
- De docent kan online controle vragen stellen;
- De docent kan individuele berichten sturen;
- De docent kan op de antwoorden van vragen reageren;
- Bij een discussie kan de docent mee discussiëren;
- De docent houdt de regie.

Inspiratiebronnen:
http://www.socialmediameetlat.nl/pdf/newcom.pdf
http://www.surf.nl/nl/bijeenkomsten/Documents/PROOF_deliverable_leidraad-voor-docenten.pdf

Gepost in Master, Master Leren & Innoveren | Reageren uitgeschakeld

Deelname aan samenwerkingsverband – Béta en Techniek doe je samen!

Onlangs ontving ik deze brief. Prachtig om als ondernemer de kans te grijpen om samen met het onderwijs de belangstelling voor beta en techniek in basis- en voortgezet onderwijs te ontwikkelen.

============================================
Geachte heer/mevrouw,

Wij zouden u willen uitnodigen als partner in een samenwerkingsverband, waarin scholen voor basis- en voorgezet onderwijs, bedrijven en overheidsinstanties en Saxion zullen deelnemen met als doel het verbeteren van het bèta en techniek onderwijs.

Vorig jaar is Saxion, in samenwerking met de Universiteit Twente en Hogeschool Windesheim, een initiatief gestart om onderzoek naar effectief bèta en techniekonderwijs te subsidiëren. Dit initiatief is verwezenlijkt in een onderzoekscentrum, het Centre of Expertise Techniek Onderwijs (CETO). Het CETO heeft zich als doel gesteld leeromgevingen te ontwerpen en te onderzoeken, die gericht zijn op het verbeteren van houdingen, kennis en vaardigheden op het gebied van bèta- en techniekonderwijs.

In dit kader wil het kenniscentrum onderwijsinnovatie van Saxion een samenwerkingsverband Bèta en techniek doe je samen! opzetten, waarin leraren samen met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en overheidsinstanties leeractiviteiten gaan ontwikkelen. Het gaat dan om activiteiten waarin leerlingen leren om met elkaar authentieke problemen op te lossen binnen het domein van bèta en techniek. De doelgroepen zijn bovenbouw basisonderwijs en brugklassen voortgezet onderwijs. Met dit project willen we de samenwerking tussen scholen, de Saxion en bedrijven versterken. We willen leerlingen laten ontdekken hoe aantrekkelijk en veelzijdig techniek is door in contact te komen met het bedrijfsleven en door zelf bij te dragen aan ontwikkeling en verbeteringen van producten en/of services.

Het kenniscentrum onderwijsinnovatie is op het moment bezig met het opstellen van een aanvraag (zie de bijlage voor een samenvatting) voor het verkrijgen van subsidie bij CETO om dit project uit te kunnen voeren. Wij zijn daartoe op zoek naar een aantal basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die graag willen meewerken aan dit project en als partner willen fungeren in het samenwerkingsverband.

Wat betekent het voor de scholen die willen meedoen aan het project?
In het voortraject wordt tijdens een brainstormsessie gekeken naar de precieze invulling van de aanvraag, het samenwerkingsverband en het onderzoek dat we gaan uitvoeren. Tijdens het project zullen leraren in samenwerking met deelnemers uit het bedrijfsleven en overheidsinstanties leeractiviteiten gaan ontwikkelen. Vervolgens voeren groepen leerlingen de leeractiviteiten uit en zullen zij aan levensechte problemen werken die betekenisvol zijn in het domein van bèta en techniek. Leraren die deelnemen aan dit project zullen zich dus ook professionaliseren op het gebied van het organiseren en begeleiden van dit type innovatief leren. Het kenniscentrum zal bijdragen aan het verzorgen van workshops, bijeenkomsten, het mede-ontwikkelen van de leeractiviteiten en het doen van onderzoek naar de effectiviteit van de ontwikkelde leeractiviteiten.

Hoe lang duurt het traject?
De aanvraag wordt ingediend op 1 september a.s.. Als de aanvraag wordt gehonoreerd dan begint het project op 1 oktober 2013. De duur van het traject is een jaar.

Wat moet u doen als u interesse hebt?
Als u interesse hebt kunt contact opnemen met Laurence Guérin per mail l.j.f.guerin@saxion.nl of per telefoon 0650433821 om een afspraak te maken. Tijdens deze afspraak zal het project nader worden toegelicht en wordt u in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen.

Met vriendelijke groeten,
Mede namens dr. Patrick Sins, lector daltononderwijs en onderwijsvernieuwing van het kenniscentrum onderwijsinnovatie

drs. Laurence Guérin, kenniskringlid van het lectoraat daltononderwijs en onderwijsvernieuwing van het kenniscentrum onderwijsinnovatie

Contactpersonen:
drs. Laurence Guérin
kenniskringlid lectoraat daltononderwijs en onderwijsvernieuwing
Academie Pedagogiek & Onderwijs, Saxion, Deventer
E-mail: l.j.f.guerin@saxion.nl

=====================

Bijlage: Samenvatting van het project

Bèta en Techniek doe je samen!

Korte beschrijving: Een essentiële vaardigheid die in bèta- en techniekonderwijs geleerd moet worden, is multidisciplinair en doelgericht samenwerken in het oplossen van technische problemen. Het verbeteren en ontwikkelen van producten of technologieën wordt meestal in teams gedaan waarin professionals uit diverse disciplines samenwerken. Om bèta- en techniekonderwijs aantrekkelijk en motiverend te maken is het belangrijk dat leraren passende leercontexten ontwerpen, leercontexten waarin hun leerlingen samenwerken aan het oplossen van technische problemen, en dat leraren hun leerlingen hierbij adequaat ondersteunen. Ons onderzoek richt zich op de professionalisering van leraren op dit punt. We willen leraren bekwamen in het ontwerpen, stimuleren en begeleiden van onderwijs in groepsgewijs technische problemen oplossen (GTPO). In een design-based benadering ontwikkelen en evalueren we een omgeving voor leraren (PO en VO) waarin zij leren om zelf doeltreffende leeromgevingen GTPO te maken en GPTO te begeleiden. Om te zorgen voor authentieke, levensechte opdrachten en contexten zullen hierbij representanten van bedrijven en gemeenten uit de regio worden betrokken.
Doel: Doel van het project is het aantrekkelijker en motiverender maken van bèta- en techniekonderwijs door professionalisering van leraren. Leraren bekwamen in het ontwerpen, stimuleren en begeleiden van onderwijs in groepsgewijs technische problemen oplossen (GTPO), onderwijs waarin leerlingen gezamenlijk authentieke opdrachten verrichten.
Aanpak: Om leraren bij te scholen wordt ten eerste de beschikbare kennis over leren groepsgewijs problemen oplossen geïnventariseerd en ontsloten. Ten tweede wordt deze kennis samen met leraren vertaald naar toepassing in bèta en techniek ten behoeve van de eigen onderwijspraktijk. In dit kader leren de leraren al doende om GPTO-onderwijs te ontwikkelen en uit te proberen. Voor het samenstellen van authentieke opdrachten en het creëren van authentieke contexten zoeken de leraren (aanvankelijk onder begeleiding) samenwerking met of steun en inspiratie bij bedrijven en gemeenten in de regio. In het buitenland zijn met deze manier van leraren bijscholen (leraren bijscholing gekoppeld aan samen met leraren onderwijs ontwerpen op het domein van group problem solving in sciences) al goede ervaringen opgedaan. We maken gebruik van de bevindingen van de betreffende experts.
Opbrengsten: De opbrengsten van het project zijn drievoudig: (1) we evalueren het project door gebruik te maken van de systematiek van ontwerponderzoek; we evalueren het ontwerpen van bijscholing m.b.t. GPTO en de leeractiviteiten en de toepassingen in de eigen onderwijspraktijk. We evalueren ook de opbrengsten van het project op leraren- en leerlingenniveau (motivatie, kennis en inzichten en attituden m.b.t. bèta en techniek); (2) De scholen die meegewerkt hebben in dit project fungeren als ambassadeurs en experts om nieuwe scholen te werven en daar vergelijkbare innovaties te ondersteunen (leerkrachten/docenten leren van elkaar); (3) wetenschappelijke kennis met betrekking tot GTPO wordt vergroot middels publicaties in internationale tijdschriften.

Gepost in Business, Onderwijs, Toekomst | Reageren uitgeschakeld

#MLIDD Facebook als onderwijsinstrument #5-1

Docenten die open en transparant zijn op social media kunnen motiverend zijn voor studenten (Mazer, 2007). Studenten die tevreden zijn over hun studentenleven hebben er geen probleem mee om Facebook in te zetten voor klassikale activiteiten (Lampe, Wohn,
Vitak, Ellison, Wash, 2011). Dit nog niet wetende had ik al besloten om Facebook in te zetten voor onderwijsdoeleinden. Volgens onderzoeken blijkt dit dus ook een effectieve bijdrage te hebben aan de leerprestaties. Voorwaarde is wel dat de student zich prettig voelt in de onderwijssituatie op de hogeschool of universiteit alsmede op Facebook.

Mijn opgegeven, nog niet geaccordeerde, leerdoel voor de leerlijn Digitale Didactiek is Aan het einde van de leerlijn Digitale Didactiek is om zo eenvoudig mogelijk online discussies te modereren met als doel dat elke individuele student aan bod komt. Mijn leerdoel is technologisch en pedagogisch van aard. In mijn zoektocht naar bruikbare online instrumenten is, door de gelezen onderzoeken heel eenvoudig, Facebook als meest voorliggende antwoord naar voren gekomen.

Ik ben nu al enkele maanden aan het testen en Facebook is, net als andere onderzoeken vermelden, goed geschikt. Ik gebruik voor de verschillende onderwijsgroepen een eigen FacebookGroep die afgeschermd is voor derden. De student kan hier, binnen zijn eigen ‘beschermde’ groep, zijn mening geven of onderwerpen posten die ten grondslag liggen van het vakgebied waarvoor de groep is opgezet. Een voorbeeld is de Facebookgroep voor de Minor Ondernemen, je eigen zaak! Dit voorbeeld werk ik graag iets verder uit om u mee te nemen in mijn leerervaring.

Studenten en docenten delen gezamenlijk de groep. De documenten die geplaatst worden worden door Facebook bijgehouden en zijn eenvoudig terug te vinden onder de knop documenten. PowerPoint presentaties, proefverslagen en andere documenten zijn eenvoudig te plaatsen en voor de studenten te gebruiken. Ook kan de student zelf vakgerelateerde onderwerpen plaatsen en op reacties van medestudenten of docenten reageren. Bijzondere activiteiten kunnen worden aangemaakt als agenda item waardoor iedereen op de hoogte is van hetgeen van de student en docent verwacht wordt.

De voordelen van een facebookgroep zijn:
- eenvoudig te modereren
- plaats en tijd onafhankelijk
- online aanvulling op klassikale bijeenkomsten
- delen van vakgeralteerde onderwerpen
- vragen centraal stellen en antwoorden geven

Bij wijze van proef heb ik de studenten van de minor ondernemen, online op Facebook een instructie voor een opdracht gegeven. Ze moeten op uitzending gemist een uitzending bekijken van collegetour. Hierop moeten ze reageren en op Padlet.com onderwerpen noteren. Tijdens het vierde kwartiel komen we tijdens de klassikale bijeenkomsten terug op de genoteerde onderwerpen.

Literatuur:
Joseph P. Mazer; Richard E. Murphy; Cheri J. Simonds, I’ll See You On “Facebook”: The Effects of Computer-Mediated Teacher
Self-Disclosure on Student Motivation, Affective Learning, and Classroom Climate
, 2007

By Cliff Lampe, Donghee Yvette Wohn, Jessica Vitak, Nicole B. Ellison, and Rick Wash, Student use of Facebook for organizing
collaborative classroom activities
, Michigan State University, East Lansing, USA, 2011

Gepost in Master, Master Leren & Innoveren | Reageren uitgeschakeld

#MLIDD Reflectie ICT #4-2

In een eerder bericht heb ik al eens gesproken over de vier in balans monitor 2012. Onderstaande afbeelding geven de vier pijlers weer van de vier in balans monitor.

Een ander model dat ik al eens eerder besproken heb is het TPACK model van Koehler & Mishra (2006). Welke ik hieronder heb weer gegeven.

Als u op de afbeelding klikt leert u dat dit model is afgeleid van het PCK model van Shulman uit 1986. Dit model wijst erop dat een docent inzicht heeft in didactiek en vakinhoud. Het TPACK model laat zien dat onderwijs tegenwoordig een kennissamenspel is van geïntegreerde domeinen Van technologie, content en pedagogiek.

Bewust heb ik de twee modellen bij elkaar afgebeeld om u als lezer een inzage te geven dat deze modellen onlosmakelijke met elkaar verbonden zijn. Vooralsnog wordt de docent aangestuurd door een managementteam. Het managementteam is doorgaans verantwoordelijk voor het verwoorden van een heldere strategische visie. De docent heeft zijn deskundigheid op zijn vakgebied. Door uitgevers en andere bronnen wordt er al digitaal leermateriaal beschikbaar gemaakt. Over het algemeen mag je aannemen dat een onderwijsinstelling in Nederland haar ICT infrastructuur redelijk in orde heeft. Door deze vier elementen in kaart te brengen is er een basis gelegd voor een verder gaande professionaliseringsslag in het onderwijs. De koppeling van TPACK is het samenspellen van de technologische pedagogische content kennis waardoor de lerende optimaal begeleid kan worden op een zinvolle, maar vooral leuke, manier.

Zelf maak ik regelmatig gebruik van technologie om bij de beleving van de student aan te sluiten. Afhankelijk van het doel zet ik YouTube, Facebook, Prezi of Whatsapp in. Eerder heb ik al Bison en Blackboard gebruikt, echter heb ik de voorkeur aan vrij beschikbare social media. Prezi is prachtig om realtime met de student mee te kijken bij de ontwikkeling van de presentatie die deze maakt. De student moet me dan wel uitnodigen om mee te mogen kijken. Als chatelement gebruik ik dan vaak Whatsapp of ik geef in de Prezi zelf opmerkingen. Middels deze manier van tutoring maak ik op een pedagogisch verantwoorde manier gebruik van de technologische kennis. Soms zelfs door er pro-actief content middels YouTube in de Prezi te plaatsen. Vanzelfsprekend is dit tijd en plaats onafhankelijk. (TPACK)

Als extra geef ik ook graag een voorbeeld van buiten de eigen onderwijspraktijk. Sugata Mitra (2008). doet regelmatig experimenten op het gebied van leren met behulp van ICT. Zie dit voorbeeld en u begrijpt wat ik bedoel. Dit voorbeeld is met name gericht op het TPK gedeelte van TPACK.

Gepost in Master, Master Leren & Innoveren | 1 Reactie

MLIDD Online interactievormen (7)

Sinds kort volg ik een module digitale didactiek als onderdeel van de Master Leren Innoveren. Opzich maak ik tijdens de bijeenkomsten die ik met studenten heb vrij regelmatig gebruik van online materiaal die ik dan van YouTube, Vimeo of Ted.com pluk. Ook heb ik via WhatsApp, Facebook en Linkedin online contact met mijn studenten. Voor de studenten die ik op afstand begeleid, maak ik gebruik van FaceTime en Skype. Om naast de klassikale bijeenkomsten en bedrijfsbezoeken nog meer contact te hebben zou ik doormiddel van de module Digitale Didactiek, meer handvatten hebben om ook online te kunnen brainstormen, discussies voeren en interactie met het werkveld te hebben. Als dit goed gaat zou ik in de toekomst ook een verdere internationaliseringslag online willen maken met de studenten.

De didactische stappen zullen onderverdeeld worden in drie stappen. Instructie geven, proberen en leren en tot slot beoordelen.

Instructie geven
Er zal eerst instructie gegeven moeten worden aan de studenten. Daarbij horen:
• Het doel moet duidelijk zijn voor student en eventuele derden;
• De randvoorwaarden moet duidelijk zijn
o Brainstorm onderwerp t.b.v. het brainstormen
o Onderwerp of stelling t.b.v. discussie of interactie met het werkveld
o Duidelijk maken waar de online activiteit onderdeel van uit maakt, dit ten bate van de beoordeling
o Interactie van studenten onderling stimuleren
o Tijdspad vaststellen
• Er zal van iedere deelnemer online een foto beschikbaar moeten zijn om iedere deelnemer ‘een gezicht’ te geven
Bovenstaande is vrij vertaald uit het boek digitale didactiek van G.J.A. Baars hoofdstuk 2.3.

Ervaren en leren
Er is diverse literatuur verschenen waaruit blijkt dat leren in de toekomst in toenemender mate online zal gebeuren. Het klassikale onderwijs zal blijven bestaan, maar dan als practicum ruimte waarbij de student, samen met de docent, op ontdekkingsreis gaat naar de toepassing van de theorie. Flipping de Clasroom en de Khan Academie zijn daar voorbeelden van.
De student die deel gaat nemen aan de online technieken zal voorbereid worden op online evenementen die plaatse vinden in het bedrijfsleven. Denk aan webinars en webcasting. Organisaties zullen in de toekomst ook meer gaan dialogiseren (tweerichting verkeer) dan informeren (eenrichtingsverkeer). De student zal ervaren wat het is om online een reactie te geven of kennis te delen. Doordat in de meeste gevallen er geen gezichtsuitdrukkingen zichtbaar zijn, zal de student moeten leren om te gaan met ‘real time’ online interactie.
Tools die ingezet kunnen gaan worden:
Temviewer
Skype
HootCourse

Op dit moment heb ik echter gekozen om http://padlet.com te gaan gebruiken. Studenten kunnen middels korte stellingen flexibel op elkaar reageren. De reacties kunnen geclusterd worden. Tijdens een klassikalebijeenkomst kunnen de reacties en stellingen besproken worden.

Mocht u als lezer aanbevelingen hebben, dan hoor ik dat graag.

Beoordelen
Het beoordelen wordt nog ‘een hele kluif’. Als docent zit je tijdens een sessie niet bij de student en is er vertrouwen nodig dat de student zelf actief bij de sessie betrokken is. Ook al zie je dat de student online is, dan nog is het mogelijk dat de student passief betrokken is en tijdens de sessie meer gefocussed is op MTV, Facebook of andere activiteiten. Wat in mijn ogen altijd goed werkt is een reflectieverslag schrijven dat refereert aan de methode en de inhoud van een opdracht dat ‘lastig’ te beoordelen valt. Hier zit echter wel een crux, het aantal na te kijken verslagen zal met een online sessie toenemen. Ik nodig u als lezer dan ook graag uit om hierin mee te denken.

Bronnen die aan dit artikel ten grondslag liggen zijn:
Digitale didactiek
Kennisnet
Digitale Didactiek online
Het sociaal kapitaal

Gepost in Master, Master Leren & Innoveren | 2 Reacties

#MLIDD aanvulling van de reflectie #4-1

Op 28 februari 2013 heb ik op mijn blog al eerder geschreven over de vier in balans monitor. Een monitor over ‘Digitaal leermateriaal’ ICT-infrastructuur’ Deskundigheid’ en ‘Visie’. Een rapport over ICT gebruik en resultaten in het onderwijs.

Onlangs heb ik de ICT & Onderwijs visie van Saxion ingezien en als ik dat lees wordt ik best blij. In deze visie is goed te lezen hoe de visie is opgebouwd en waar er overal rekening mee gehouden wordt. Er wordt een schets gegeven van het omgevingsbeeld waar sterk rekening gehouden wordt met de wensen van de studenten en de ontwikkelingen in de maatschappij. Er is een benchmark gehouden met andere onderwijsinstellingen en er is lering getrokken uit velerlei onderzoeken. Als ik het visie document over het TPACK model leg komen ook alle onderdelen van dit model in de visie van Saxion op ICT en onderwijs terug. Technology staat hoog aangeschreven bij Saxion. Saxion heeft gekozen voor High Tech Systemen en Materialen. Dit is ook terug te lezen in de strategische agenda ‘Durf-Kies-Doe’ 2012-2016. Door hiervoor te kiezen wordt er ook aandacht gevraagd voor ‘state of the art’ pedagogie- en content kennis. Saxion kiest met de visie voor triple A:
• Attractief onderwijs
• Autentiek onderwijs
• Activerend onderwijs
Het vier in balans model wordt ook in de ICT&O visie benoemd. Het ‘digitaal leermateriaal’ is in deze hernoemd naar ‘Digitale studie- en werkomgeving’. Deze benadering is alles omvattend waar de studiesystemen ‘Bison’ en ‘Blackboard’ dan ook weer onder vallen.

Gezien mijn persoonlijke leeroel van de MLI leerlijn Digitale Didactiek zie ik mogelijkheden om de kennisuitwisseling op het web, met studenten onderling en studenten en ondernemers, verder vorm te geven en in de toekomst een plaats te laten krijgen in de leerlijn ‘ondernemen’!

Gepost in Master, Master Leren & Innoveren | Reageren uitgeschakeld

#MLIDD chaten of een forum toevoegen aan educatie #5

‘Blended learning’ heeft de toekomst. Op dit moment probeer ik al tedtalks en andere digitale content en technieken toe te passen om de leerprestaties van studenten te verhogen. Op dit moment ben ik lerende hoe ik ook groepsgewijs een forum of chatbord kan gaan inzetten als aanvulling op de huidige instrumenten die ik inzet.

Mijn doel is om uiteindelijk online gesprekken op gang te brengen en te houden met studenten. Dit kan aan de hand van mogelijke stellingen of media die door een ieder is bekeken. Ik ben voornemens dit eerst met alleen studenten te doen, een volgende stap is om hier ondernemers bij te betrekken. Als dit allemaal succesvol verloopt wil ik dit graag internationaal voortzetten.

Dit lezende zou men kunnen nadenken over de eventuele meerwaarde? Volgens mij zit de meerwaarde in onderstaande punten:
• Het aantal contacturen gaat op een moderne manier omhoog;
• Studenten die normaal niet zo snel de kans pakken om het woord te nemen krijgen nu wel de mogelijkheid;
• De gehele discussie is op te slaan en na te lezen en kan eventueel in een studieloopbaan gesprek worden meegenomen;
• Studenten reageren op elkaars mening;
• Studenten moeten zich verdiepen in de materie.

Nu zijn er diverse discussieplatforms beschikbaar om online een gesprek te voeren. De mogelijkheden zijn legio. Nu weet ik nog niet of ik op zoek ben naar een platform of gewoon een eenvoudige chatomgeving als MSN of Skype. Op dit moment is mijn kruistocht naar een verantwoorde pedagogische internetomgeving net begonnen en ik verzoek u als lezer dan ook om vooral te reageren en me te voorzien van tips.

In het onderzoek van Danah Boyd, ‘Hanging Out, Messing Around and Geeking Out’ (2007) wordt leren in drie elementen onderscheiden. ‘Hanging Out’ is het vrije tijdsgebeuren van de student waarbij geleerd wordt door toevalligheden. ‘Messing Around’, de student is met proefjes bezig en zet de theorie om in de praktijk. En bij ‘Geeking Out’ vertoont de student als het ware een beetje het gedrag van een nerd. Hij is hierbij gefocussed op één vak of leerdoel. In het onderzoek wordt aangegeven dat de student in meerdere mate zijn docent zelf uitkiest als het gaat om ‘Geeking’. Dat hoeft niet meer de docent te zijn zoals die als autoriteit in het verleden voor de klas staat. Dit kan ook de buurjonge of de directeur van het weekend baantje zijn. De enige invloed die de docent van de toekomst nog kan uitoefenen is in het domein van ‘Messing Around’. Een forum of een groepschat helpt de student de theorie te verwoorden en te beargumenteren naar de docent, maar ook naar de medestudent of in de toekomst derden van buiten de school. Misschien wel specialisten die de student in de toekomst gaat kiezen als hij gaat leren in et domein van ‘Geeking Out’.

In onderstaande movie wordt ‘belended learning’ uitgelegd. Voor de duidelijkheid met de chat of het forum wil ik het fysieke contact niet vervangen, maar juist versterken. ‘Blended learning’ is dichtbij en ik wil een vorm vinden om hier een draai aan te vinden. Uw suggesties zijn welkom.

Gepost in Master, Master Leren & Innoveren | 3 Reacties

#MLIDD reflectie onderwijs #4

Met interesse heb ik kennis genomen van de ‘vier in balans monitor 2012’ van Kennisnet. Via http://tinyurl.com/aurd24h kunt u ook kennis nemen van de monitor. Volgens de monitor kan het gebruik van ICT in het onderwijs leiden tot betere prestaties met bijbehorend verbetert rendement. Alhoewel dit document is gericht op Primair Onderwijs (PO), Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) en Voortgezet Onderwijs (VO) kan deze monitor ook doorgetrokken naar het Hoger Beroeps Onderwijs (HBO) en Wetenschappelijk Onderwijs (WO).

Vier in balans richt zich op visie, deskundigheid, inhoud en toepassing en infrastructuur. Bij de onderwijsinstelling waar ik werkzaam ben, dan is er een ‘zekere’ sprake van balans. Er zijn ICT en onderwijsdeskundigen aangetrokken om de vier puzzelstukjes dichter bij elkaar te brengen. In de hele hiërarchische piramide is men er van overtuigd dat ICT in de toekomst een belangrijkere rol gaat spelen in het onderwijs in de breedste zin van het woord. Alhoewel er het en der nog overheadprojectors aanwezig zijn wordt hier nagenoeg geen gebruik meer van gemaakt en is iedereen overgestapt in het primaire proces naar het werken met de computer, internet en de beamer. Als secundaire tools maken we gebruik van Lotus Notes als email instrument, Blackboard als faciliteit om de lesstof op te slaan en te ontsluiten naar de studenten en Bison met als de studievoortgang van de studenten te bewaken.

Als men het bovenstaande leest lijkt het allemaal ideaal, hufterproof en toekomstbestendig. Vanzelfsprekend zijn er ontwikkelingen en wensen waardoor ‘vier in balans’ nooit en te nimmer in balans zal komen. In mijn visie is ‘vier in balans’ ook meer een uitdaging dan een doel dat men na moet streven. Een mens is niet te programmeren en een jongere al helemaal niet. De doelgroep waarmee ik werk heeft voor 98% Facebook, ze kijken daar dagelijks op om te weten hoe het met hun vriendjes of vriendinnetjes gaat. Email daarentegen is veel minder populair. Er zijn studenten die slechts één keer per week of minder naar de Lotus Notes email omgeving gaan. Verder is mobiel internet ook erg in ontwikkeling. De mail wordt veelal op de mobiel gelezen en dat vergt van de docent dat ze kort en bondig via de mail communiceren. Dit is nog niet geheel doorgedrongen waardoor de mogelijkheid ontstaat dat de student de essentie van de mail mist. Gelukkig worden docenten steeds inventiever in het gebruik van internet waardoor er een beter contact ontstaat met de student. Facebook, Dropbox, Google Drive, Youtube en andere sociale media worden vaker ingezet om de student te informeren, inspereren en te motiveren.

Door de diverse ontwikkelingen heb ik de volgende wensen om effectief en efficiënt een steentje te kunnen bijdragen aan ‘vier in balans’.
• Een persoonsgebonden budget inzake de aanschaf van Smartphones en PC’s. Dit is niet alleen goed voor de docent, deze moet zich namelijk verdiepen in de afzonderlijke technische mogelijkheden van Microsoft, Linux, IOS of Android. De student zal in overeenstemming met de docent zich ook moeten aanpassen aan de manier van communiceren, offline en online. Net als in het bedrijfsleven. Een persoonsgebonden budget levert naast belastingvoordeel voor de werkgever, ook een onderhoudsbesparing op. De werkgever hoeft namelijk alleen de basis applicaties te onderhouden. De medewerker van de helpdesk ICT zal wel voortdurend bijgeschoold moeten worden!
• Het afschaffen van de standaardemail kan ook bijdragen aan de voortdurende aanpassing van docent en student aan de continu veranderende ontwikkelingen op het internet. Het afschaffen van Lotus Notes zal een omvangrijke besparing opleveren. Facebook, Google+ en Linkedin kunnen nu het email verkeer al gratis opvangen. Dit is overigens een mooie voorbereiding van de student op het arbeidsproces.
• Het herdefiniëren van contacturen zal ook een positieve bijdrage hebben aan de leerprestaties van de student. Nu verwacht men dat de student en docent gelijktijdig online of offline met elkaar communiceren. Het nieuwe werken is locatie en tijd onafhankelijk. Dit proces moet in mijn ogen ook doorgevoerd worden in het onderwijs.
• Als laatste wil ik er aan toevoegen dat docenten die vervangen kunnen worden door ted.com movies of ander internetpagina’s ook vervangen mogen worden. In mijn visie zullen we terug gaan naar de toekomst waar de docent leermeester was. Het aanwenden van kennis kan de student heel goed zelf. Het vertalen van de kennis naar de praktijk is in mijn ogen een rol voor de moderne docent.

Nu weet ik dat ik met het laatste punt een discussie kan oproepen. Dit artikel heb ik geschreven in het kader van de Master Leren Innoveren ten bate van de leerlijn Digitale Didactiek. Op Twitter te volgen via #MLIDD. Als toevoeging zet ik graag een youtube van Jef Staes toe waaruit duidelijk wordt dat we toe moeten naar een andere vorm van onderwijs, af van het diplomadenken!

Gepost in Master, Master Leren & Innoveren | 3 Reacties